Interviews met Nicci French
 
Libelle februari '06
(Bron: Libelle februari '06)

Journaliste Jolanda Hofland ging bij het schrijversechtpaar op de thee en vroeg ze het hemd van het lijf. Over hun nieuwste boek Verloren, over kinderen die het huis uit gaan en over het belang van blind vertrouwen.

De trein rijdt met een sukkelgangetje en de reis naar het dorp waar schrijversechtpaar Nicci French woont - ongeveer honderd kilometer ten oosten van Londen - duurt uren. Normaal gesproken is dit tempo een straf, maar hier niet. De fotograaf en ik krijgen alle kans te genieten van het prachtige landschap. De oude predikantswoning van Nicci Gerrard en Sean French is statig en oogt enorm. "Is dit geen geweldige omgeving om te wonen en te werken?", jubelen Nicci Gerrard en Sean French in koor als ze ons binnenlaten.
Nicci: "Dit huis was liefde op het eerste gezicht. We hoefden het eigenlijk niet eens vanbinnen te zien. Wisten instinctief al: dit is het, we doen een bod."
Sean: "Er zijn mensen die hier gek worden omdat ze niet tegen de stilte van het platteland kunnen, maar voor ons is het de perfecte ambiance om te schrijven."
Nicci: "Maar om half vier is het met de rust gedaan hoor. Dan wordt het huis in beslag genomen door onze vier kinderen, Edgar (18), Anna (17), Hadley (15) en Molly (12). Zij produceren met elkaar heel wat decibellen, om nog maar te zwijgen van de rommel. Ik stoor me er absoluut niet aan. Kinderen moeten kunnen leven. Ik geniet van ze zolang het nog kan. We zijn in de loslaatfase terechtgekomen. Ze gaan ons nu snel één voor één verlaten. De oudste vertrekt over een paar maanden om te gaan studeren in Londen, nummer twee over een jaar. Ik weet dat het gezond is als je kinderen uitvliegen maar toch vind ik het moeilijk, het stemt me verdrietig.
Als ik eraan denk dat onze levens andere richtingen op zullen gaan, dat we niet meer elke dag onder hetzelfde dak slapen, eten, lachen, discussiëren ... schiet ik vol. In twee jaar tijd verlaten twee van onze kinderen het huis. Het zal allemaal heel anders worden."
Sean slaat een beschermende arm om zijn vrouw heen en relativeert de zaak met een opbeurende opmerking. "We krijgen in elk geval ook wat meer vrijheid. Misschien wordt het leven wel een makkie met nog maar twee inwonende kinderen. En denk eens aan al die tijd die we overhouden om te schrijven ... " Nicci lacht mee met haar man, maar het onderwerp laat haar niet los: "Ik vind het wel heel belangrijk om nu alvast na te denken wat we zullen gaan doen als de kinderen weg zijn. Hoe we die leegte gaan opvullen. We moeten plannen maken zodat we straks niet samen zitten te mokken in een groot leeg huis. En alleen maar bezig zijn met het missen van onze kinderen."
Over missen gesproken, in jullie nieuwe boek wordt Charlie, de tienerdochter van Nina, vermist. Nina start een zoekactie naar haar. Hoe kwamen jullie op dit idee?
Sean: "We wilden een boek maken dat slechts zes à zeven uur van iemands leven zou laten zien. Zeven belangrijke uren. Dat was de uitdaging. Het onderwerp in Verloren, de vermissing van Charlie, is natuurlijk onze eigen grootste nachtmerrie."
Nicci: "Als je zelf kinderen hebt, moet je er toch niet aan denken dat een van hen iets overkomt. Deze twee ingrediënten - de beschrijving van die uren en de vermissing van een kind - pasten perfect bij elkaar. Want als kinderen worden vermist dan tellen die eerste uren dubbel. Hoe langer het duurt voordat het kind gevonden wordt, hoe waarschijnlijker het is dat er iets ergs is gebeurd. We stelden ons voor hoe dat moest zijn voor een ouder. Elke seconde voelt als een dag. Er tikt een klok mee in je hoofd."
Sean: "Maar we wilden niet alleen schrijven over een kind verliezen, eigenlijk wilden we ook schrijven over een kind vinden."
Nicci: "Klopt. Moeder Nina moet in haar dochters leven gaan spitten, het bijna uittekenen om te achterhalen waar haar kind mee bezig was. Dat voelt voor Nina niet goed. Haar dochter had een eigen leven. Dat is gezond als je zestien bent. Als moeder hoef je daar niet alles van te weten, wil je daar niet alles van weten."
Sean: "Daar krijg je bij onze kinderen ook de kans niet voor. Vooral de meisjes zijn erg op hun privacy gesteld. Ze hebben allemaal een eigen kamer. Dat is hun heiligdom, daar komen we niet zomaar binnen. Je gaat al helemaal geen brieven zitten lezen."
Nicci: "Ik denk dat veel ouders met opgroeiende pubers dit wel zullen herkennen. Ineens ontdek je dat je niet meer alles van ze weet. Dat ze niet meer alles met je delen. Ze groeien als het ware van je weg. Met al hun geheimen."
Hoe ga je daarmee om?
Sean: "Mijn dochters prikkelen constant mijn fantasie. Ik ben ontzettend nieuwsgierig naar wat ze te verbergen hebben. Aan de andere kant: als je eenmaal alles weet, kun je niet meer terug naar die onwetende toestand. Ook als dat wat je weet, je eigenlijk niet bevalt."
Nicci: "Waar ik regelmatig tegenaan loop, is de afweging: bemoei ik me ermee of niet? Daar heb ik het vaak over met mijn vriendinnen. Moet ik nu net zolang doorzeuren tot ze me het vertelt of nog even afwachten? Het zijn dilemma's van elke moeder. Vaak moet je je er juist niet mee bemoeien. Een kind heeft nu eenmaal geheimen. Mijn kinderen zijn niet heiliger dan andere. Ik probeer ze goed in de gaten te houden en ben alert op veranderende stemmingen. Dan rinkelt er meteen een alarmbelletje: heb ik iets gemist wat ik had moeten opmerken?"
Lijkt me vermoeiend ...
Nicci: "Dat is het ook. Ik wil een perfecte moeder zijn, wat natuurlijk niet kan. Je weet eigenlijk pas achteraf of je het goed of fout hebt gedaan met je kind. Op het moment zelf moet je ... "
Op je gevoel afgaan?
Nicci: "Nee, ik moet juist niet op mijn gevoel afgaan. Ik wil altijd de reddende engel uithangen, dingen oplossen. Ik zou soms meer mijn verstand moeten laten spreken."
Sean: "We hebben geluk dat onze kinderen tot op heden op het juiste pad blijven. Maar het is onmogelijk om aan de zijlijn toe te kijken als je ontdekt dat je kind aan de drugs is. Dan kun je niet meer zeggen: 'Ik bemoei me er niet mee, ze moeten hun eigen leven leiden.' Of als je ontdekt dat ze een mes bij zich dragen. Hoewel, in Londen schijnt het normaal te zijn dat tieners messen bij zich hebben. Je moet dus constant de afweging maken: hoe reageer ik hierop?"
Hebben jullie opvoedregels?
Nicci: "We hebben er heel veel, we houden ons er alleen niet aan!"
Sean: "Er is er niet een waar ik blindelings op zou vertrouwen."
Nicci: "We praten wel vaak over de kinderen. Als een van hen niet lekker in z'n vel zit, minder presteert op school of chagrijnig is dan zoeken we samen naar oorzaken en oplossingen. We doen dat echt samen. Maar regels ... Je kunt geen regels maken, ze naleven en dat was het. Bravo: u hebt uw ouderschapsdiploma behaald. Sean heeft gelijk dat je afwegingen moet maken. Niet één kind is hetzelfde, alle situaties zijn weer anders. Dus vraagt elke situatie, bij elk kind weer om een frisse blik van een ouder. Ik wil niet sentimenteel zijn hoor, maar de enige regel die we echt naleven is dat we non-stop van ze houden. In goede en in slechte tijden. Maar ja, eigenlijk is dat geen regel, meer een emotie."
Sean: "Maar we hebben ook geen groter plan met ze. Zo van: als ze uitvliegen moeten we als ouder in elk geval dit of dat hebben bereikt. Nicci en ik brengen veel tijd door met de kinderen. We schrijven eigenlijk vooral in de uren dat ze er niet zijn. Zij komen altijd op de eerste plaats. We betrekken ze ook overal bij. We discussiëren, praten, lachen en huilen samen."
Nicci: "Dat ging bij mij thuis wel anders. Er was een duidelijke scheidslijn tussen ouder en kind. Wij staan meer naast onze kinderen dan erboven. Ik herinner me ook strikte regels. Mijn ouders waren consequent."
Sean: "Heel herkenbaar. Maar hoe deden onze ouders dat? Het lijkt me zo moeilijk: krampachtig vasthouden aan regels. Als ik zie hoe snel onze kinderen veranderen. Een jaar geleden waren het alle vier stuk voor stuk andere mensen, die je elk op hun eigen manier ook anders moest benaderen."
Hebben jullie kinderen dit boek al gelezen?
Sean: "Nee, de Libelle-lezeressen hebben de wereldprimeur! Het boek komt sowieso als eerste uit in Nederland. Hier in Engeland verschijnt het pas in de herfst!"
Nicci: "Maar ze zullen het straks wel lezen hoor. Ze hebben al onze boeken gelezen. Wat ze zeker zullen herkennen, is de rommel in Charlies kamer, of had ik daar al over geklaagd?"
Jullie schrijven thrillers, waar komt de fascinatie voor misdaad vandaan?
Nicci: "Het gaat ons niet om de misdaad. We zijn gefascineerd door wát mensen doen in extreme situaties. Wat gebeurt er als je plotseling onder een enorme druk komt te staan? Hoe gedraag je je als je kind wordt vermist of als je getuige bent van een moord? Of als jou zelf iets wordt aangedaan? Hoe denk je, wat doe je? Hoe reageren we anno 2006?"
Sean: "Mensen denken vaak dat je een bruisend leven moet hebben om in een thriller te belanden. Dat is natuurlijk onzin. Het kan iedereen overkomen. De mensen in onze boeken wilden ook niet in een thriller zitten, ze leefden een normaal leven, hadden andere plannen maar ineens nam hun leven een andere wending door een onverwachte gebeurtenis. En hoe handelt de mens dan? Dat is wat ons bezighoudt."
Nicci: "Kijk, als er niks misgaat in je leven kun je zeggen: ik heb geluk gehad. Aan de andere kant kun je ook zeggen dat je nooit die diepere lagen van jezelf hebt hoeven aanboren. Je hebt nooit hoeven verwerken overwinnen, overleven. De hoofdpersonen in onze boeken moeten dat wel. Ze moeten erachter zien te komen wie ze eigenlijk zijn. Dat is een psychologisch gevecht. Soms zijn ze sterker dan ze dachten, soms zwakker. Een thriller is een prachtig genre om dit proces van emoties te beschrijven."
Hebben jullie zelf wel eens iets bedreigends meegemaakt?
Nicci: "Gelukkig niets ernstigs. Maar het leven kan zomaar veranderen, zich tegen je keren. Dat maakt leven angstig. Veel mensen die het voor de wind gaat, denken dat ze de touwtjes in handen hebben of erger: dat ze het verdienen om geluk te hebben. Het is om wie ze zijn dat ze gezond zijn, een leuk leven hebben, een lieve man. Maar laten we eerlijk zijn: geluk, gezondheid, het is allemaal zo kwetsbaar. Het is een obsessie voor ons geworden. Je denkt dat je alles onder controle hebt, maar eigenlijk heb je dat niet. Er kan altijd van alles gebeuren. En een interessant fenomeen bij crisissen is dat je niet weet hoe je gaat reageren."
Sean: "Ik ben ooit getuige geweest van een overval bij de buren. Ik stond buiten toen een man bij hen aanbelde en hen bedreigde met een pistool. Ik stond aan de grond genageld met mijn mond open te kijken. Mijn broer, die het ook zag, rende op blote voeten naar buiten en ging de overvaller achterna. De buurman ook. Ik niet, ik was een standbeeld. Toen de politie kwam en vroeg of iemand de man goed gezien had, zei ik: 'Ja, ik heb hem goed gezien.' Maar toen ze me gingen ondervragen, wist ik helemaal niets meer. Ik wist niet eens of hij een hoed op had of niet. Als iemand zegt: 'Zo meteen ga je iemand zien die je morgen moet beschrijven aan de politie', is het gemakkelijk. Maar zo gaat het dus niet in de praktijk. Het was een goede les voor me. Ik dacht overigens altijd dat ik heel dapper zou zijn. Niet dus."
Even iets anders: wat betekent Nicci French voor jullie relatie?
Nicci: "We hebben onszelf ooit beloofd dat als het samen schrijven van boeken te veel van onze relatie zou gaan vragen, we dan zouden stoppen. Maar ook als het vervelend wordt of als het niet meer uitdagend en inspirerend is, zetten we er een streep onder. Een scheiding is Nicci French niet waard.
Ik zou overigens nooit een ander stel adviseren te gaan schrijven als ze rust in hun relatie willen brengen of houden. Samen schrijven zorgt voor stress en af en toe voor spanningen en felle discussies. Bij ons werkt het zo dat ik een stuk schrijf, soms zijn het een paar regels, soms een hoofdstuk, en het dan aan Sean geef. Hij mag doen met mijn tekst wat hij wil, dat is de afspraak. Vervolgens gaat hij verder met het verhaal en geeft het weer terug aan mij.
Iedereen die zelf schrijft, weet dat het iets heel egocentrisch is, iets heel intiems. Wat op papier staat, komt uit je binnenste. De mooie kant van samenwerken, is dat ik dingen van Sean weet en hij van mij die we anders nooit van elkaar geweten zouden hebben. Het is alsof je in iemand kijkt als je z'n eerste versie mag lezen. Als schrijver stel je je op zo'n moment erg kwetsbaar op. Op een bepaald moment ken je iemands kracht én zwakte. En daar mag je beslist geen misbruik van maken. Nooit! Vertrouwen is héél belangrijk als het over ons als schrijversduo gaat. Als we elkaar niet volledig zouden vertrouwen dan zouden we niet samen kunnen schrijven. Ik moet erop kunnen vertrouwen dat Sean het beste met me voor heeft als hij mijn versies redigeert, schrapt of bejubelt en hij moet op mij kunnen vertrouwen."
Hoe is de liefde tussen jullie eigenlijk ooit begonnen?
Sean: "We werkten voor hetzelfde tijdschrift, maar niet op dezelfde dagen. Ik kende Nicci vaag en wist dat ze twee kinderen had. Op een dag viel ze in voor iemand. En ja, die dag ben ik verliefd geworden op haar. Zomaar, van het ene op het andere moment. Ik kan niet goed uitleggen waarom. Het gebeurde gewoon. Binnen een maand woonden we onder één dak, binnen een jaar hadden we samen een kind. Levens kunnen soms heel snel veranderen. Daar zijn we ons wel degelijk van bewust. Ik was een losbandige vrijgezel en plotsklaps had ik een vriendin met twee kleine kinderen."
Nicci: "Dat is ook nog zo'n grappig detail. Het is niet zo dat Sean eerst verliefd werd op mij en toen pas mijn kinderen ontmoette. Hij werd eigenlijk verliefd op ons alledrie want op die bewuste dag had ik mijn twee kinderen bij me omdat de oppas ziek was. Het was belangrijk voor mij dat hij óók m'n twee kinderen zag zitten. Ik vind het vreselijk als iemand tegen me zegt: 'Is het niet geweldig dat Sean de kinderen meteen accepteerde en je hielp bij de opvoeding?' Ik zie dat anders en Sean gelukkig ook. Hij zegt altijd: 'Wat een geluk dat ik jou én je kinderen heb ontmoet. Ik heb mazzel dat ik voor jullie mag zorgen. "
Sean: "Wij zijn dus nooit samen geweest zónder kinderen. Het zal vreemd zijn als ze straks de deur uit gaan. Dan zijn we voor het eerst met z'n tweeën, Nicci. Spannend! Zo'n relatie hebben we nooit eerder gehad."

Jolanda Hofland, Libelle nr. 8 februari '06