Interviews met Nicci French
 
Opzij, december '00
(Bron: Opzij, december '00)

Het inlevingsvermogen van schrijver Sean French

De  treinen vanuit Londen rijden volgens een nooddienstregeling vanwege wateroverlast en achterstallig onderhoud, en doen er bijna twee keer zo lang over als normaal. Het gehucht waar Sean French en Nicci Gerrard sinds twee jaar ver weg van de bewoonde wereld wonen, is vanaf het station nog twintig minuten rijden. Op weg erheen passeer je het dorpje Hintlesham, een naam die de lezers van Nicci French' boek Onderhuids bekend zal voorkomen.
Ik tref het echtpaar in naar eigen zeggen een 'delicate state' - ze hebben een paar dagen geleden het manuscript van hun vijfde boek naar hun agent gestuurd. 'Niemand heeft het nog gelezen,' zegt Sean French (41) bij de thee aan de keukentafel, nadat zijn vrouw Nicci Gerrard lacherig naar boven is vertrokken ('Zodat jullie vrijuit over mij kunnen spreken!'). 'We voelen ons vreemd, uitgeput, zijn zenuwachtig over hoe het ontvangen zal worden.'
Maak je je daar na al het succes nog zenuwachtig over?
'0 ja, natuurlijk! Vreselijk zenuwachtig. Het is niet zo dat je pas gelooft in een boek als iemand tegen je zegt dat het goed is, maar meer dat je als je zo lang intensief boven op iets hebt gezeten, vaak de evidente fouten ervan niet meer ziet. Daarom is het zo spannend als er voor het eerst iemand vanbuiten naar kijkt. Pat Kavanagh, onze agent, is de eerste die het leest. Zij zegt: 'Leuk', of 'Niet leuk', daar komt het in feite op neer.'
Niet leuk? Komt dat ook weleens voor?
'Tussen Onderhuids en Bezeten van mij hebben we een ander boek geschreven, dat Pat niet goed vond. We hebben er nog eens naar gekeken en het toen opzij gelegd. Het was misschien ook wel zo dat er iets niet aan klopte. En tegen die tijd waren we inmiddels zo enthousiast over het idee van Bezeten van mij dat we daar liever mee aan de slag gingen dan nog wat te trekken aan een misschien wel dood paard.' [...]
Hoe ontwikkel je 'een vrouwelijke stem'?
'Het is denk ik een kwestie van je goed inleven. Ik geloof dat er bepaalde puur mannelijke en bepaalde puur vrouwelijke karaktereigenschappen zijn. Die zijn er gewoon, je kunt er niet omheen - dat weet ik zeker sinds ik kinderen heb. Ik ben zelf opgegroeid in een jongensgezin. Ik heb twee broers en het ging er bij ons thuis ruig aan toe. [...] Mijn eigen gezin is heel anders. Nicci heeft een dochter en een zoon uit haar eerste huwelijk die bij ons wonen, samen hebben we twee dochters. Wij hebben een zeer vrouwelijk huishouden; die meiden zitten altijd maar te kletsen. Je kunt proberen te sturen wat je wilt, maar blijkbaar zitten er bepaalde eigenschappen gewoon in.
[...] Ik heb gemerkt dat veel van mijn eigen gevoelens heel vrouwelijk kunnen zijn als ik ze maar vanuit een vrouwelijke context benader. Daar hoef je echt geen genie voor te zijn. Ik kan me geen voorbeeld herinneren van iets dat ik als Nicci French heb geschreven, waarvan Nicci heeft gezegd: 'Dat is nu echt mannelijk, dat zou een vrouw nooit zeggen.' - Aan de andere kant heeft ze duizenden dingen veranderd in de boeken. Dat hoort bij onze werkwijze. [...]
Jullie beginnen met een idee. Zijn jullie het altijd met elkaar eens?
'Het eerste boek kwam voort uit een verschijnsel dat we allebei absoluut fascinerend vonden en waar we niet genoeg over konden lezen en praten. De dingen die mis zijn gegaan, de afgebroken projecten, het terzijde gelegde boek - zijn denk ik te verklaren uit het feit dat ze voortkwamen uit ideeën die een van ons meer interesseerden dan de ander. Het moet blijkbaar om iets gaan dat we allebei heel erg boeiend vinden, anders werkt het niet.
Aan ideeën hebben we geen gebrek. Als Nicci met iets komt, vraag ik vaak: zit daar wel een verhaal in? Het klinkt zo cliché, vrees ik, maar het komt er toch op neer dat Nicci nieuwe ideeën bekijkt vanuit de vraag: wat is de onderliggende emotie, kun je je identificeren met de personages? En dat ik meer geïnteresseerd ben in de ideeën op zichzelf. Misschien gaat het in de boeken van Nicci French om het snijvlak van waar die twee visies elkaar ontmoeten. [...]'
Jullie romans staan bol van zeer vrouwelijke details. Kleren, make-up...
Op een bepaalde manier zijn ze vrouwelijker dan menig boek dat door een vrouw is geschreven. Terwijl ik daar helemaal mijn best niet voor doe: ik heb me echt niet tot doel om zoveel mogelijk beha's en lippenstiften in mijn boeken te proppen. Maar misschien is het wel zo doordat Nicci en ik samen schrijven dat we ons veel meer bewust zijn van wat we doen.'
Jullie schrijven bijvoorbeeld dat Alice in Bezeten van jou niet gaat zitten om te voorkomen dat haar linnen pakje kreukelt. Mijn hoofdredacteur zei: 'Dat kan een man niet bedenken.'
'0 ja, dat! Nicci en ik hebben afgesproken dat we nooit vertellen wie wat geschreven heeft. Maar ik vraag me af wat er gebeurd zou zijn als de boeken onder mijn naam gepubliceerd waren. Zouden vrouwen dat soort kleine, vrouwelijke details dan niet juist irritant vinden? Zouden ze niet denken: wie denkt hij wel dat hij is, dat hij mij gaat vertellen waarover ik me zorgen maak? Dat zou ik me goed kunnen voorstellen. Ik houd ook niet van mannen die zich vrouwelijke ervaringen toe-eigenen. Ik ben er gelukkig nog nooit van beschuldigd. Het gaat erom dat het werkt in het boek. Het heeft altijd een functie. Die details gebruiken we om een personage tot leven te wekken en geloofwaardigheid te geven.'
Kijk je anders naar vrouwen nu je zelf als 'one of us' schrijft?
'Nee, ik geloof eigenlijk van niet. Ik weet zeker dat veel van mijn observaties als vrouw voortkomen uit mijn eigen observaties. Ik kijk wel anders naar vrouwen sinds ik Nicci ken. Het is niet dat ik vrouwen anders zie door de boeken, maar meer dat ik die boeken niet had kunnen schrijven zonder met Nicci te hebben samengeleefd en veel met haar te hebben gepraat. Nicci heeft van mij een echte schrijver gemaakt. Op verschillende manieren. Emotioneel, maar ook heel praktisch. Door de kinderen te hebben bijvoorbeeld, waardoor ik economischer ben gaan omspringen met de tijd die ik tot mijn beschikking heb. Ze heeft me ook de ruimte gegeven om te gaan schrijven. In het begin werkten we allebei als journalist, maar ik wilde graag een roman schrijven. En toen heeft zij aangeboden om meer te gaan werken, zodat ik minder kon gaan doen en aan die roman kon gaan beginnen. Daarmee nam ze een enorm risico, want we wisten helemaal niet of ik het kon en of het ooit wat zou opbrengen. We hadden heel weinig geld in die tijd. Dat heb ik buitengewoon genereus van haar gevonden. Dankzij Nicci French is het nu zo dat ik helemaal thuis ben. Nicci werkt nog bij The Observer. Het is druk, maar aan de andere kant is het voor haar belangrijk om een paar keer per week naar Londen te gaan voor redactievergaderingen of een interview, om andere mensen te zien. Ik vind het juist lekker om thuis te zijn.' 
Handig ook qua kinderopvang.
'Nicci doet haar uiterste best om zoveel mogelijk hier te zijn, ik vind het ongelooflijk hoeveel zij met de kinderen doet. Natuurlijk, ze is er ook wel eens niet en dan ben ik er. De laatste paar jaar hebben we inderdaad geen kinderopvang meer nodig gehad. Dat is het voordeel van thuis werken. Maar aan de andere kant: het werk moet wel gedaan worden. Het blijft jongleren. Het lukt steeds net.
Naarmate de kinderen groter worden, ze zijn nu elf, negen, zeven en vijf jaar oud, wordt het moeilijker, want ze blijven 's avonds steeds later op. Dus doen we meer overdag, als ze naar school zijn. Dat is voor mij geen kunst, voor Nicci is het ingewikkelder met de krant erbij. Ik begrijp niet hoe ze het doet. Ik ben erg ongedisciplineerd, zij is het tegenovergestelde. Ik heb mijn werkkamer naast de keuken en een van de nadelen daarvan is dat Nicci nu kan zien hoe slecht ik tot schrijven kom. Dat is voor niemand goed geweest! Ik ben snel afgeleid. Vorige week, net toen dat boek af moest, ging Nicci's computer stuk en moest ze op een oude computer in mijn kamer komen werken. Dat was zeer confronterend. We zaten een meter van elkaar af. Ik wist niet wat ik zag: Nicci ging om negen uur achter de computer zitten en bleef daar tot twee uur 's middags zitten, zonder ook maar een keer op te staan! Terwijl ik ongeveer elke drie minuten opsta om even iets te doen. Dat vond zij weer verbijsterend. Dat is ook iets van het samenwerken: dat de ander opeens iets van je werkgewoonten mag vinden. Als je in je eentje werkt, gaan je eigen vreselijke gewoonten alleen jezelf aan. Maar met het samen schrijven is het net als met het bergbeklimmen: mijn slechte gewoonten kunnen fataal zijn voor haar, of eigenlijk voor ons boek. Ik doe dus mijn best om iets meer gedisciplineerd te zijn. Maar ik werk nu eenmaal in uitbarstingen.'
Wat heeft Nicci French voor jullie relatie betekend?
'We doen het nu vijf jaar, natuurlijk heeft het een enorme impact op onze relatie. Ik vind het alleen moeilijk om te zeggen hoe precies, omdat je niet weet hoe het zonder Nicci French gegaan zou zijn. Maar als ik naar de mensen om ons heen kijk, zie ik dat veel relaties verstarren naarmate mensen langer bij elkaar zijn. Je hebt iets samen en daarbuiten steeds meer dingen apart. Soms wordt het samenzijn zelfs te veel. Wij zijn daarentegen altijd samen, haast op een manier waarop stellen zich gedragen als ze elkaar net kennen. Alles samen doen, geen moment zonder elkaar kunnen, alles samen bespreken. Grote ruzies die vervolgens gepassioneerd worden bijgelegd. Zo zijn wij gebleven, ook al zijn we nu tien jaar samen. Het is niet altijd even gemakkelijk. Als we aan het schrijven zijn, kunnen we erg gedeprimeerd raken als het niet lukt. We hebben geen grenzen tussen de verschillende onderdelen van ons leven. Maar dat vind ik over het algemeen wel prettig.'
Voordat je samen met Nicci ging schrijven, heb je twee eigen romans gepubliceerd.
'Zo langzamerhand begin ik ook weer zin te krijgen om iets helemaal van mezelf te schrijven. Een van de meest ironische dingen van dit alles is dat Nicci French veel meer succes heeft dan ik ooit heb gehad met mijn eigen romans. Dat is best, ik zit er niet mee, het is niet dat ik ooit voor de keuze ben gesteld: wat wil je liever, alleen een boek schrijven zonder succes of samen met veel succes? Het is gewoon zo gelopen.'
Maakt het je extra ambitieus voor je soloproject?
'Dat ik de competitie moet aangaan met Nicci French? Nee, dat is het niet. Wel vraag ik me nu heel erg af wat voor een schrijver ik ga worden. Een van de dingen die ik van Nicci French heb geleerd, is dat ik de potentie heb om in verschillende stemmen te schrijven. De vraag is: wat is mijn eigen stem? Daar worstel ik nu mee. Ik wil niet terug naar hoe ik schreef in 1994, want sinds die tijd ben ik zo veranderd. Aan de andere kant heb ik ook geen zin in een soort imitatie Nicci French-stijl. Waarom zou ik? Dat kan ik al met Nicci. Dus in feite verkeer ik als schrijver in een soort identiteitscrisis. Wie ben ik? Daar ben ik heel benieuwd naar.'

Liddie Austin, Opzij, december '00